Hoeveel druk is ok? Alles is toch ‘druk’?

Oorspronkelijk artikel door Empowered Equines

Een veel gestelde vraag van mensen die nieuw binnenkomen bij +R clicker training is “Hoeveel druk is ok? *Alles* is toch ‘druk’?” Veel mensen zien bij voorbaat al af van +R simpelweg omdat ze denken dat ‘druk’ niet te vermijden is. Laten we dit eens nader bekijken.

Negatieve bekrachtiging (-R) is het weghalen van een stimulus waardoor een gedrag bekrachtigd wordt en vaker voor zal komen. Deze weggehaalde prikkel moet aversief zijn voor het paard. Als het paard de prikkel als neutraal ervaart, dan zal het weghalen ervan niet bekrachtigend werken. Als het paard de prikkel appetitief vindt, dan zal het weghalen ervan eerder negatief straffend werken, en niet bekrachtigend.

‘Druk’ werd een veel gebruikt woord om een ‘aversief’ te omschrijven, omdat deze veel worden gebruikt in traditionele methoden (fysieke straf, drijven, slaan, aantikken, knijpen). Deze vormen van druk zouden aversief zijn voor de meeste paarden (alhoewel ik een paar paarden ken die het eerder als spel en stoeien zien). In -R training gebruiken de meeste mensen escalerende aversieven door middel van verschillende vormen van druk. Dit betekent niet dat alle druk aversief is. Een massage, knuffel, zachte aanraking, lekkere kriebel, een kus, kunnen neutraal of zelfs appetitief zijn voor het paard.

Kortom: net als appetitieven zijn het hier weer de ontvangers (leerlingen, in dit geval paarden) die bepalen of iets appetitief, neutraal of aversief is.

Er bestaan tactiele (aanraking) cues geleerd met positieve bekrachtiging. Aanraking of druk betekent NIET automatisch negatieve bekrachtiging. Het kan soms voorkomen dat een +R tactiele cue aversief worden als we niet uitkijken, vandaar dat we voorzichtig moeten zijn. Als eerste moet de +R trainer zeker weten dat de cue die ze aan het +R aangeleerde gedrag willen linken niet aversief is. Ze kunnen dit doen door de druk toe te passen en kijken wat de reactie van het paard is. Als ze de aanraking actief proberen te vermijden, is het waarschijnlijk aversief. Als ze niks doen, dan is het misschien neutraal. Als ze er tegen in leunen, dan zou het appetitief kunnen zijn. Let wel op dat de context, lichaamstaal en gezichtsuitrdrukkingen hierbij ook belangrijk zijn. Bijvoorbeeld:

 

  • Je legt je hand op de flank van je paard. Paard is nieuwsgierig naar wat je doet, draait zijn hoofd om zodat hij je hand kan bekijken / ruiken, waarbij zijn achterhand uitzwaait en hij dus weg beweegt met zijn flank van je hand. Technisch gezien is hij weg bewogen, maar dit kwam omdat hij dit actief op zocht met zijn neus. In dit geval is het waarschijnlijk gewoon nog neutraal, en was je paard gewoon nieuwsgierig.
  • Je legt je hand op de flank van je paard. Het paard zwaait met zijn staart en begint zijn achterhand richting jou te draaien waarbij hij tegen je hand in drukt. Technisch gezien zoekt hij nu meer druk op, maar aan zijn emotionele reactie was duidelijk af te lezen dat hij het niet fijn vond.
  • Je legt je hand op de flank van je paard. Het paard blijft stil voor zich uit staren, en trilde de huid rondom je hand. Kijk goed naar het gezicht van je paard. Misschien verwacht het hevige aversieven en is hij zich aan het voor bereiden door zich volledig af te sluiten. De prikkel wordt dan zeker als aversief ervaren, terwijl het paard niet actief ervan weg bewoog.

Zo zie je maar dat de gehele context, de emoties en zelfs de toekomst (door te zien of een bepaald gedrag vaker voorkomt, of minder, kunnen we pas zien welke quadrant er echt heeft plaats gevonden) allemaal belangrijk zijn. Gebruik dus ook je gezonde verstand, en ga na of de prikkel die je net hebt toe gepast niet al een geschiedenis had.

Wanneer je zeker weet dat je toekomstige tactiele cue niet aversief is voor je paard, begin je het gedrag, waar je de cue aan wilt linken, te shapen. Dit kan door middel van free shapen, vangen, target training en lokken. Wanneer het goed wordt begrepen, vaak wordt herhaald en met plezier wordt aangeboden kan je er een cue aan toe voegen. Je niet-aversieve, ‘druk’ cue. Ze worden toegevoegd en weggehaald, en toch was het niet aversief en dus niet de motivator achter het gedrag (dit is de +R geschiedenis, die nog steeds in stand wordt gehouden met een 1:1 of variabel beloningsschema). Het paard zoekt naar de beloning en probeert niet iets te vermijden. Daarbij houden we de cue niet vast, of blijven herhalen, of vergroten we de intensiteit, wanneer het paard het niet uitvoert. De prikkel zelf was niet aversief (van te voren vast gelegd), en wordt ook niet aversief gemaakt door te escaleren (in duur of intensiteit). Je geeft de cue, houdt ermee op en ziet of/hoe het paard reageert.

Nogmaals, de leerling bepaalt hoe ze voelen over bepaalde prikkels. Wees een oplettende trainer want hun gevoelens, emoties en associaties zijn flexibel en kunnen verschillen per situatie. Tactiele cues kunnen lastig te ontleden zijn, daarom dat ik ze alleen bewaar voor wanneer ze echt nodig zijn (het paard wordt verkocht en moet reageren op traditioneel uitziende hulpen) of om het “echte leven” na te bootsen, zoals dat het belangrijk is dat een paard begrijpt hoe ze met druk op het halster kunnen laten ophouden zodat ze niet in paniek raken (ze kunnen het touw niet zien). Belangrijk is dan om het paard eerst te desensibiliseren en counterconditioneren op de lichtste (nog niet aversieve) druk op het halster, en er daarna pas een +R spel van te maken.

Nog een misverstand als het op druk aankomt is dat aversieven continu gebeuren in het echte leven – los van ons. Negatieve bekrachtiging is natuurlijk en gebeurt regelmatig. Dit is waar. Vliegen vliegen weg als het paard met zijn staart zwaait, en de zon brandt minder als het paard de schaduw opzoekt (of voor regen schuilt). Ze gebruiken zelfs aversieven om met elkaar te communiceren wanneer ze primaire levensbehoeften willen verdedigen. Ze gebruiken ook veel appetitieven, maar dit zijn een stuk subtieler. WIJ zijn mensen. WIJ kunnen leren leertheorie te begrijpen en toe te passen. We weten hoe paarden bepaalde dingen kunnen leren zonder aversieven. We weten ook dat paarden weten dat wij géén paarden zijn, dus zo vloeiend zullen we nooit worden in hun taal. Waarom zouden we dan aversieven blijven gebruiken als we weten dat het negatieve gevoelens oproept? Ik weet van mezelf dat ik niet wil dat mijn paard mij ziet als een boos paard of irritante vlieg. Ik wil dat mijn paarden mij zien als een vriend (die weliswaar het voortouw neemt, maar meningen en feedback zijn altijd welkom) en dat onze tijd samen vredig, veilig en leuk is.

Kortom:

  • Druk is niet per se aversief, dit is afhankelijk van de gevoeligheid en geschiedenis van het paard. Druk kan fijn zijn (massage, kriebelen, enz) Het is dus ook goed mogelijk om ‘druk-cues’ te gebruiken binnen +R training.
  • Aversieve druk is wel aversief (duh!)
  • Het (meestal opzettelijke/doelbewuste) gebruik van aversieve druk om gedrag uit te lokken en/of te onderhouden is Negatieve Bekrachtiging (-R) en een aversieve ervaring voor het paard.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s