Woordenlijst

Je zult in mijn artikelen veel woorden zien die je nog niet eerder bent tegengekomen in de paardenwereld. Hieronder staan ze op alfabetische volgorde en worden ze elk kort uitgelegd. Als er iets niet klopt of er nog een woord ontbreekt, hoor ik het graag!

 


Appetitief

Een prikkel dat gewenst, leuk, lekker of op wat voor manier dan ook leuk is voor het paard. Het paard zal proberen de stimulus proberen te veroorzaken, m.a.w. er voor of naartoe werken

Aversief
Een prikkel/stimulus dat ongewenst, irritant, pijnlijk, ongemakkelijk, eng, bedreigend of vervelend op wat voor manier dan ook is voor het paard. Het paard zal proberen de stimulus de vermijden, ervoor wijken of het proberen te voorkomen.

Back-chaining
Wanneer je met het laatste gedrag in een gedragsketting begint, of van voor-naar-achter / achterwaarts een ketting aan het maken bent. Back-chaining is effectief dankzij o.a. het Premack principe.

Bekrachtiger
Een consequentie waar het paard naartoe / voor zal werken, en dat ervoor zorgt dat het geleverde werk vaker voor zal komen in de toekomst.

Bekrachtiging
In operant conditioneren kan een leuke (+R) of opluchtende (-R) consequentie op een gedrag ervoor zorgen dat het gedrag vaker voor zal komen in de toekomst.

Chaining
Gedragskettingen maken: het proces van het combineren van meerdere gedragingen in een ononderbroken reeks, samen gelinkt door cues en onderhouden door een bekrachtiger aan het einde van de ketting. Elke cue dient als een secundaire bekrachtiger van het vorige gedrag, en als groen licht voor het volgende gedrag.

Counter-conditioning
Valt onder de categorie Klassiek conditioneren. Het proces van associatie met een bepaalde prikkel van aversief naar appetitief veranderen, of andersom. Normaal gesproken wordt dit gedaan door de prikkel te paren met een prikkel met tegenovergestelde waarde. Een eng object zal bijvoorbeeld gepaard worden met het geven van een voerbeloning. Als dit langzaam wordt gedaan zal het enge object een voorspeller worden van iets leuks/lekkers. Als het wordt gehaast of het voer is niet even lekker of zelfs lekkerder dan dat het object eng is, dan zal het voer juist aversief worden net als het enge object.

Criteria
De specifieke (door trainer bepaalde) karakteristieken van een gewenste reactie tijdens een trainingssessie. De trainer clickt op het moment dat het aangeboden gedrag van het paard voldoet aan de gewenste criteria. Criteria gaan niet alleen over fysieke gedragingen maar ook elementen zoals reactiesnelheid, duur, en afstand.

Cue
Een geconditioneerde stimulus dat een reactie uitlokt bij het paard. Een cue kan verbaal zijn, een gebaar, of iets in de omgeving (zoals dat het opstapblok (onderdeel van) een cue kan zijn om te parkeren zodat de ruiter op kan stijgen.

Desensibilisatie
Het proces van een prikkel dat van aversief of appetitief naar neutraal gaat. Gebeurt normaal gesproken door langdurige (en frequente) blootstelling aan de prikkel. Het paard zal leren dat de prikkel niks betekent of voorspelt, en zal dus ook niet meer reageren.

Extinction burst
Een kenmerk van uitdoving. Als een gedrag eerst altijd is bekrachtigd en dan ineens niet meer, dan zal het paard eerst de intensiteit or frequentie van het gedrag verhogen in een poging tot het krijgen van een beloning. Als dit niet wordt beloond, zal het gedrag na de burst weer afzwakken.

Geconditioneerde stimulus
Een prikkel dat vaak genoeg is
voorafgegaan van een bepaald gedrag of gebeurtenis om een bewustzijn of reactie te veroorzaken. Clicks (bridges) en cues zijn beide voorbeelden van geconditioneerde prikkels omdat ze altijd hetzelfde voorspeld hebben.

Geconditioneerde straffer
Een geconditioneerde straffer signaleert de komst van een aversief aan het paard. Een straffer wordt gebruikt om een dier af te schrikken en/of het gedrag te onderbreken; als het paard reageert op de straffer kan het de aversieve prikkel voorkomen. (“Nu stoppen, anders…”). Een van de meest voorkomende geconditioneerde straffers bij paardentrainers is heel kort en scherp “ÈH!” roepen. Wanneer het paard hier niet op reageert wordt het vaak fysiek gedwongen te stoppen of zelfs geslagen. Als dit vaak en erg genoeg gebeurt, zal het paard na de “ÈH” gaan luisteren (en vaak inkrimpen uit angst voor het gevolg).

Gedrag
Een waarneembare actie van het paard.

Gedragsketting
Een opeenvolging van oefeningen die samen gelinkt zijn door een reeks van cues en onderhouden door de bekrachtiger aan het eind van de ketting. Elke cue dient als een secundaire bekrachtiger voor het vorige gedrag, en als groen licht voor het volgende gedrag.

Jackpot
Een mega beloning na een fantastisch goed uitgevoerde oefening of om het einde van een sessie te markeren.

Klassiek conditioneren
Klassiek conditioneren is een vorm van leren, waarbij het koppelen van twee stimuli ervoor zorgt dat de reactie op een van deze stimuli verandert. Klassiek conditioneren gaat over hoe prikkels uit onze omgeving elkaars betekenis kunnen overnemen. Als een paard van nature reageert op een prikkel uit z’n omgeving (hij moet het niet eerst leren, z’n reactie is ongeconditioneerd), en die natuurlijke prikkel wordt steeds voorafgegaan door een nieuwe prikkel (die eerst geen gedrag uitlokte bij het paard), dan gaat het paard dezelfde reactie uiteindelijk ook tonen op die nieuwe, nu geconditioneerde (= geleerde) prikkel. (Bron: Ingeteblick.be)

Lokken
Een methode om een hond een gedrag door te begeleiden. Door bijvoorbeeld te lokken met voer kan je een hond laten zitten (hoog boven zijn hoofd houden, of zelfs omhoog en naar achter bewegen om een zit uit te lokken). Het wordt vaak gedaan met voer, maar ook vaak met target sticks of iets anders dat het paard zal doen. De target of het voer waarmee de trainer lokt moet snel worden uitgedoofd zodat het paard echt bewust wordt van de oefening zelf en niet blindelings blijft volgen.

Markeersignaal
Een markeersignaal wordt gebruikt om gewenst gedrag onmiddellijk te markeren. Het clickgeluid van de clicker is een veelgebruikt markeersignaal.

Negatieve bekrachtiging (-R)
Een stimulus weghalen waar het paard maar wat graag vanaf wil zijn om een gewenst gedrag te bekrachtigen zodat het vaker zal voorkomen. De sleutel tot negatieve bekrachtiging is om eerst iets vervelends toe te voegen zodat het later kan worden weggehaald als de trainer tevreden is. Het gaat hierom gepaard met Positief Straffen (+P), iets vervelends toevoegen. Wanneer je aan de teugels trekt om het paard af te laten wenden, laat je los zodra het paard afwendt. Hiermee heb je het rechtdoor gaan gestraft, en het afwenden bekrachtigd. Negatieve bekrachtiging komt veel voor als ‘pressure-release’; een principe dat als rode draad door bijna alle natural horsemanship en traditionele methodes loopt.

Negatief straffen (-P)
Iets wat het paard graag wil (appetitief) weghalen om een gedrag te minder te laten voorkomen in het vervolg. Als jij je telkens omdraait of een stap achteruit doet als het paard tegen je aan wilt schuren met zijn hoofd, neem je hem de kans om te schuren af en zal het gedrag afzwakken omdat het niet meer bekrachtigd wordt. Negatief straffen gaat gepaard met Positief bekrachtigen omdat ze beide gaan over het beïnvloeden van het paard zijn gedrag met een appetitieve stimulus (het weghalen of toevoegen ervan). Negatief straffen kan echter frustratie opwekken bij het paard, dus proberen we dit zo min mogelijk te laten gebeuren en genoeg alternatief te bieden.

Operant conditioneren (OC)
De reactie van een dier op een bepaalde stimulus veranderen door de consequenties te manipuleren die na de reactie komen. De vijf principes van operant conditioneren werden ontwikkeld door B.F. Skinner. Clicker training maakt constant gebruik van deze processen, maar beloningsgerichte +R Clicker training focust alleen op Positieve Bekrachtiging, Uitdoving, en (zo min mogelijk) Negatief Straffen. Operant conditioneren is net als Klassiek conditioneren een proces wat plaatsvindt in het brein, dus je kan niet letterlijk een hond positief bekrachtigen, maar je kan wel ervoor zorgen dat het proces plaatsvindt door de antecendenten en consequenties te manipuleren, de diersoort en het dier goed te kennen (weten wat het fijn en niet fijn vindt, geschiedenis, logboek bijhouden).

Positieve bekrachtiging (+R)
Iets leuks/lekkers toevoegen waar het paard voor/naartoe zou willen werken zodat een bepaald gedrag vaker voor zal komen. Bijvoorbeeld, als je een voerbeloning geeft als het paard met zijn neus een target aanraakt, (zodra hij de link heeft gelegd) zal het paard vaker de target willen aanraken om weer een beloning te krijgen.

Positief straffen (+P)
I
ets vervelends toevoegen wat het paard actief zal proberen te vermijden zodat een ongewenst gedrag in de toekomst zal afnemen. Door bijvoorbeeld te trekken aan je leidtouw straf je je paard voor het doorlopen terwijl jij wilt dat het stilstaat. Wanneer het paard dan stilstaat en jij ophoudt met trekken, en die opluchting veel meer waard is voor het paard dan het blijven doorlopen, vindt er gelijk waarschijnlijk Negatieve bekrachtiging plaats. Nog meer typische voorbeelden van positief straffen zijn slaan, schreeuwen en schoppen.

Primaire bekrachtiger
Een bekrachtiger dat het paard vanaf zijn geboorte al nodig heeft zoals voer en water.

Proofing
Een cue zo waterdicht maken dat het gedrag elke keer zal volgen op het geven van deze cue in elke situatie mogelijk.

Rate of reinforcement (RoR)
Het aantal bekrachtigers gegeven voor de gewenste reacties en gedragingen in een bepaald tijdsbestek. Een hoge rate of reinforcement is cruciaal bij het leren van een nieuw gedrag.

Respondent conditioneren
Zie: Klassiek conditioneren

Secundaire bekrachtiger
Een geconditioneerde bekrachtiger dat het paard niet vanaf zijn geboorte nodig had. Ze kunnen net zo krachtig of zelfs krachtiger zijn dan primaire bekrachtigers.

Shapen
Het creëeren van nieuwe gedragingen door heel selectief variaties van het bestaande gedrad te bekrachtigen tijdens de uitvoering. Je verandert je criteria of voegt een criterium toe. Als je een paard hebt geleerd een grote voetbal te slaan met het voorbeen, en je wilt het paard leren de bal vooruit te schoppen, houd je op met belonen voor de keren dat de bal blijft liggen of naar achter rolt, en beloon je wel als de bal naar voren beweegt. Je kan hier heel erg specifiek mee zijn (je hebt ook de term micro shapen). Er moet voorzichtig worden omgegaan met het omhoog gooien van de criteria. Te langzaam kan te saai en repititief worden (tenzij de beloning geweldig is) en te snel kan te uitdagend en frustrerend zijn, en het paard ontmoedigen te blijven proberen. Zorg dus dat je het paard voor succes op zet.

Stimulus
Een verandering in de omgeving. Als de stimulus (of prikkel) geen effect heeft op het dier, is het een neutrale prikkel. Als de prikkel opvalt in de omgeving voor het paard, dan heeft het een waarde (salience). Als de prikkel een verandering aanbrengt in het gedrag of gemoedstoestand van het paard, dan is het een discriminerende stimulus.

Stimulus control
Een geconditioneerde stimulus of prikkel wordt een discriminerende stimulus (of cue) als het gevolgd wordt door een bepaalde geleerde reactie van het paard. De reactie staat onder de zogeheten “stimulus control” als het voldoet aan de volgende voorwaarden: het gedrag (A) wordt altijd aangeboden als de cue (A) wordt gepresenteerd; het gedrag (A) wordt niet aangeboden als de cue (A) niet is gepresenteerd; het gedrag (A) wordt niet aangeboden wanneer er een andere cue (B) wordt gepresenteerd, en er wordt geen ander gedrag (B) aangeboden wanneer de cue (A) gepresenteerd wordt.

Straf
In operant conditioneren kan een vervelende (+P of -P) consequentie op een gedrag ervoor zorgen dat het gedrag minder voor zal komen in de toekomst.

Target
Iets wat je het paard leert aan te raken met een bepaald lichaamsdeel. Men begint vaak met een ‘neustarget’. Een target kan gestationeerd zijn (een grote pion bijvoorbeeld) of vastgehouden worden (tennisbal op een stok).

Target stick
Een mobiele target die je een paard leert te volgen. Ze worden vaak ook gebruikt bij het uitlokken en shapen van gedragingen.

Traditionele training
Dwangmatige training. Traditionele training wordt gekenmerkt door het inzetten van negatieve bekrachtiging en positieve straf.

Uitdoving (extinction)
Het afzwakken van een gedrag door non-bekrachtiging of negeren. Tijdens uitdoven wordt er niks toegevoegd of weggehaald van de omgeving. Zolang het gedrag niet zelf bekrachtigend is zal het paard uiteindelijk opgeven en ophouden met het aanbieden van het gedrag.

Verloswoord
(Release word) Een woord dat het einde van een gedrag betekent. Een markeringsignaal doet in wezen hetzelfde, maar als het gedrag eenmaal bevestigd is en geen markeringsignaal meer nodig is, zal de trainer het vervangen met een verloswoordje zodat het paard weet wanneer het mag ophouden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s